Vroeg maaien in het Munnikenland (artikel Dianne Renders)

Boswachter Dianne Renders in Rivierengebied
beemdkroon

Het is één van de belangrijkste beheerwerkzaamheden van Staatsbosbeheer in het rivierengebied: maaien van graslanden. Hoe werkt maaibeheer in de praktijk? En waarom is er vroeg gemaaid in Munnikenland?

Soms maaien we zelf, met onze eigen aangepaste trekkers en maaiers. Soms maaien de pachters van de graslanden: boeren die het gras voeren aan hun koeien. En in bijzonder natte en kwetsbare terreinen laten we een speciale maaimachine komen.

Sturen in ecologische ontwikkeling
Staatsbosbeheer heeft de opdracht een bepaald type grasland in stand te houden of te ontwikkelen naar een betere kwaliteit, rijk aan kruiden. Door op een bepaald tijdstip te maaien, kan de beheerder sturen in de ecologische ontwikkeling van het grasland. We voeren het maaisel altijd af, want hoe voedselarmer, oftewel hoe schraler de bodem, hoe beter.

Laat maaien
Plantensoorten kunnen een voordeel krijgen als er laat in de zomer (augustus/september) gemaaid wordt. Dan hebben ze zaad kunnen maken en verspreiden. Graslanden waar laat gemaaid wordt, zijn in ecologisch opzicht al goed ontwikkeld. Ze krijgen het rapportcijfer ruim voldoende tot goed. Voor het instandhouden ervan is één keer per jaar maaien voldoende.


Brakelse benedenwaard
Vroeg maaien
Graslanden die nog in ontwikkeling zijn, maaien we vaak al vroeg. Soms is er van een bepaalde plantensoort zó veel in een grasland, dat het andere soorten overheerst. Bijvoorbeeld gestreepte witbol (een grasachtige) is een overheersende plant die massaal een grasland kan domineren. Deze en andere grasachtigen domineren, omdat ze profiteren van onder andere de voedingsstof stikstof. Die stikstof daalt neer uit de lucht. Voor de ontwikkeling van kruiden is stikstof ongunstig.

Gevarieerder grasland
Als er dan vróeg gemaaid wordt, bijvoorbeeld in mei, kunnen we overtollige voedingsstoffen afvoeren. Die zijn namelijk opgeslagen in de plant. Zo verschraalt de bodem, omdat meer voedingsstoffen afgevoerd worden, dan er uit de lucht in de bodem terechtkomen. Minder voedsel geeft kruiden een voordeel en zo wordt het grasland veel gevarieerder. Bij graslanden in ontwikkeling is het dus noodzakelijk om vaker dan één keer per jaar te maaien. Als de eerste maaibeurt al in mei plaatsvindt, volgen er vaak nog drie in het groeiseizoen.


Veldsalie
Insectenstroken
Bij het maaien laten we zogenaamde insectenstroken staan. Ieder jaar blijft 10% van de vegetatie staan, steeds op een ander stukje van het grasland. Vaak zijn dat randen van de graslanden, bijvoorbeeld bij greppels.

Nesten van broedvogels
Het komt dus voor dat sommige natuurgraslanden nu, in mei, al gemaaid zijn. Dit is voor veel natuurliefhebbers verwarrend. Dat boeren vroeg maaien, is wel bekend. Maar natuurorganisaties doen dat toch niet? Ja, soms dus wel. Voordat we vroeg maaien beoordelen we of er nesten zijn van weidevogels. Uiteindelijk, na vele jaren gericht maaien en afvoeren op de juiste tijdstippen, ontwikkelt het grasland zich tot een ecologisch veel interessanter (want soortenrijker) gebied. Met meer kruiden in plaats van overheersende grassen. Als het ecologische rapportcijfer van de graslanden hoger wordt, gaan we over op minder vaak maaien en ook later in het groeiseizoen.

Glanshaverhooiland
Eén van de voorkomende graslandtypen in Nederland is het ‘glanshaverhooiland’. De naam zegt het al: dit kan het beste gehooid wordt: maaien en afvoeren dus. Dit doen we standaard twee keer per jaar. Glanshaverhooilanden komen vooral in het rivierengebied voor. Hier vind je kenmerkende soorten zoals glanshaver, groot streepzaad, glad walstro, veldsalie, kleine ratelaar, pastinaak, karwijvarkenskervel, grote bevernel en beemdkroon. Maar in deze graslanden staan ook algemenere soorten zoals boterbloem, klaver, paardenbloem, margriet en pinksterbloem.

Vroeg extra maaien als herstelmaatregel
Helaas is de kwaliteit van de glanshaverhooilanden in Nederland niet goed, ook niet in de terreinen van Staatsbosbeheer in Gelderland. Eén van de redenen is de stikstofdepositie. Op de graslanden daalt te veel stikstof neer uit de lucht. En dat is gunstig voor grasachtigen en ongunstig voor kruidenachtigen. Vroeg in het jaar extra maaien van deze graslanden kan de stikstofminnende grassoorten terugdringen.

De provincie Gelderland heeft voor deze extra maaibeurt geld beschikbaar gesteld aan de natuurbeheerders. Dit is een PAS-maatregel: Programma Aanpak Stikstof, voor de Natura2000-gebieden waar dit speelt. Meer over de PAS-maatregelen.
Die extra maaibeurt voeren we ook de komende jaren nog uit. Daarna beoordelen ecologen de kwaliteit van de glanshaverhooilanden opnieuw. Het is afwachten wat het ecologisch rapportcijfer van het grasland dan is, en wat het beheeradvies dan wordt.

Zo hoort glanshaverhooiland te zijn. Kruidenrijk en niet vergrast. Op de voorgrond knoopkruid.
Brakelse Benedenwaard
Eén van glanshaverhooilanden waar nu in het kader van de PAS-maatregel vroeg gemaaid is, is in het Munnikenland bij Loevestein. Daar is al in de eerste week van mei gemaaid. Het grootste deel van het Munnikenland wordt begraasd, maar in de Brakelse Benedenwaard (ter hoogte van Batterij Brakel), ligt een omrasterd stuk. Hier mogen de runderen en paarden niet komen. Hier ligt het glanshaverhooiland.

Alerte natuurliefhebbers was dit ook al opgevallen. In de eerste dagen van mei heeft de Agrarische Natuurvereniging de Capreton, de eerste snee gras afgevoerd van het glanshaverhooiland. De weidevogelwerkgroep van de Capreton controleerde vooraf op nesten, zodat daar rekening mee gehouden kon worden.

Een kroon op ons werk zou zijn als de kwartel of de kwartelkoning dit gebied uitkiest om te nestelen. Deze twee bijzondere vogelsoorten hebben zich andere jaren al eens laten horen. Nu het gras gemaaid is, is de kans daarop groter. De kwartelkoning ‘zwemt’ namelijk door het grasland. En dat lukt beter als de vegetatie opener is. Bovendien: hoe gevarieerder de vegetatie, hoe meer insecten, en dus meer voedsel voor de kwartelkoning en andere weidevogels natuurlijk.

Posted in Geen categorie, Munnikenland.